Bloggin'

T4 behandeling garandeert geen euthyreoidie

medicatie

Een van de oorzaken van een hypothyreoïdie (te weinig schildklierhormoon) kan zijn de afwezigheid van de schildklier. De behandeling van schildklierkanker maakt het nogal eens nodig dat de schildklier volledig wordt verwijderd.
Patiënten zonder schildklier worden standaard behandeld met alleen levothyroxine (T4). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de omzetting van de T4 naar de actieve T3 in de weefsels die het actieve schildklierhormoon nodig hebben, voldoende zal zijn. Het lijkt er echter op dat dat niet voor alle schildklierpatiënten opgaat.

Onderzoek

Het onderzoek van Damiano Gullo e.a. 1)G. Damiano et al. Levothyroxine Monotherapy Cannot Guarantee Euthyroidism in All Athyreotic Patients (2011) (Engels)  bekeek of de monotherapie met levothyroxine inderdaad normale bloedwaarden van de schildklierhormonen laat zien en of de wisselwerking (feedback, zie afbeelding) tussen de verschillende weefsels en klieren die hiervoor moeten zorgen correct werkt.

T4-T3 feedback loop
T4-T3 feedback loop

Het FT4-niveau was beduidend hoger, en het FT3-niveau beduidend lager bij patiënten die werden behandeld met alleen levothyroxine, dan bij de personen in de controlegroep.
In een academisch ziekenhuis werden TSH-bloedwaarden in dossiers van ruim 1800 patiënten zonder schildklier, vergeleken met die van bijna 3900 patiënten zonder schildklieraandoening, met normale TSH-bloedwaarden (de controlegroep).
Van de beide groepen werden de aanwezigheid/hoeveelheid TSH, FT4 en FT3 in het bloed gemeten.

Resultaten

Deze waarden afgezet tegen de TSH-bloedwaarden geven een indicatie dat het feedbacksysteem van de schildklierhormonen en gerelateerde weefsels niet goed werkt.
Bij meer dan 20% van de onderzochte patiënten lagen de FT4 en/of FT3 bloedwaarden buiten de normaal grenzen, terwijl de TSH-bloedwaarde wel binnen die normaal grenzen lag. Dit geeft aan dat de perifere weefsels niet in staat zijn een normale T4/T3 verhouding te realiseren.

Wat de lange-termijn effecten kunnen zijn op de weefsels die chronisch met abnormale hoeveelheden en verhoudingen T4/T3 worden geconfronteerd, is nog onbekend. Wel lijkt het erop dat de hypofyse (verantwoordelijk voor de productie van de TSH) hier abnormaal op reageert.
Deze hypothyreoïdie-patiënten zonder schildklier zouden dus meer gebaat zijn met een behandeling die de fysiologische behoefte aan schildklierhormonen in de (weefsels van de) patiënt benadert.

Bron: Plos One (Engels)

Referenties:   [ + ]

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie